Boogaard, M., Schenke, W., Schaik, P. van, & Felix, C. (2017)

Kennisbenutting in kennisnetwerken van docenten. Een verkenning

 

Rapport 978

ISBN 94-6321-040-9

Amsterdam: Kohnstamm Instituut

 

 

Contactpersoon

voor onderzoek van onderwijs, opleiding, opvoeding en jeugdhulp wetenschappelijk, onafhankelijk en betrouwbaar verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Kennisnetwerken van docenten functioneren het best als er een directe link is met het schoolbeleid

 

Leerkringen, docent-onderzoeksteams en academische werkplaatsen zijn populair in het onderwijs. Docenten die deelnemen aan dit soort kennisnetwerken zijn enthousiast. Er is echter nog weinig bekend over bijvoorbeeld de vraag of het ook lukt om de opbrengsten en inzichten daadwerkelijk toe te passen en verder te verspreiden naar collega’s. Een verkennend deelonderzoek van het NRO-project ‘Kennisbenutting in het voortgezet onderwijs’ gaat in op deze en andere vragen rond kennisbenutting.

 

Typerende kenmerken van kennisnetwerken

Op veel scholen zijn docenten deelnemer aan leerkringen, docent-onderzoeksteams en academische werkplaatsen. Voor dit verkennend onderzoek hebben we deze activiteiten geplaatst onder de noemer ‘kennisnetwerken’. Uit een eerste inventarisatie kwam naar voren dat er drie onderscheidende kenmerken zijn waarin kennisnetwerken van elkaar verschillen:

  1. Wie nam het initiatief: De leraren/school, het schoolbestuur of een externe organisatie;
  2. Waar ligt de focus: Kennisuitwisseling, onderwijsontwerp of onderzoek;
  3. Hoe smal of breed is het inhoudelijke thema: Vakgericht, vakoverstijgend of algemeen-onderwijskundig.

Er is nog weinig bekend over de vraag of het lukt om de opbrengsten en inzichten uit de kennisnetwerken daadwerkelijk toe te passen en verder te verspreiden naar collega’s. Om die reden hebben we 17 telefonische interviews gehouden met deelnemers uit verschillende kennisnetwerken.

 

Enthousiasme over deelname kennisnetwerken

Docenten zijn erg positief over deelname, vooral omdat ze nieuwe kennis opdoen over het onderwijs en die vervolgens uitwisselen. Een docent:

 

“In het kennisnetwerk komen zaken aan de orde die je vervolgens in je eigen les kunt gebruiken. Sinds kort is er voor het vak economie een nieuw profiel, ‘economie & ondernemen’. In dit kader hebben de leden van het netwerk, afkomstig van verschillende scholen, hun ervaringen uitgewisseld met het uitwerken van dit profiel voor de onderwerpen ‘mode’ en ‘webshop’. In je eentje is zoiets een hele klus, gezamenlijk gaat dat veel gemakkelijker.”

 

De docenten passen over het algemeen de nieuw opgedane kennis en inzichten toe in hun lespraktijk. Een voorbeeld hiervan is de toepassing van nieuwe leermiddelen. Over de verspreiding van de nieuwe kennis en inzichten onder directe of verdere collega’s is men nog niet zo tevreden. Bij sommige kennisnetwerken staat dit wel op de agenda; het betreft dan vooral het geven van workshops of presentaties voor collega’s of het leveren van input tijdens teambesprekingen.

 

Voorwaarden voor kennistoepassing en -verspreiding

Voor toepassing en verspreiding van kennis is het belangrijk dat de activiteiten van het kennisnetwerk doelgericht zijn. Het werkt goed als er duidelijkheid is over een concrete ‘opbrengst’ en wanneer de docenten die kunnen verwachten. De tijdsinvestering moet in verhouding staan tot de opbrengsten. Ook speelt de kwaliteit van de deelnemersgroep een belangrijke rol: een vaste groep, een veilige sfeer waarin echte dialoog kan plaatsvinden, sterke inhoudelijke inbreng van de deelnemers.

Belangrijke randvoorwaarden waar de deelnemers minder invloed op hebben, zijn:

  • voldoende facilitering (zowel in beschikbare tijd, als in ruimte in het rooster);
  • een goede organisatie;
  • coördinatie en aansturing;
  • inbedding en draagvlak binnen de schoolorganisatie.

Het helpt als de schoolleiding betrokkenheid toont bij de docenten uit het kennisnetwerk en een verbinding legt met thema’s uit het schoolbeleid. Daarbij is het gunstig als een kennisnetwerk voortkomt uit het initiatief van de school zelf. In die situatie sluiten de vraagstelling en het onderwerp goed aan bij de ontwikkelingen in school en bij de interesse van de docenten

 

Het onderzoek maakt deel uit van het NRO-project ‘Kennisbenutting in het voortgezet onderwijs’.