Schenke, W. & Heemskerk, I. (2016)

VO-opleidingsscholen: de meerwaarde van praktijkgericht onderzoek

 

Rapport 957

ISBN 94-6321-017-1

Amsterdam: Kohnstamm Instituut

 

 

Contactpersoon

voor onderzoek van onderwijs, opleiding, opvoeding en jeugdhulp wetenschappelijk, onafhankelijk en betrouwbaar verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Onderzoek onmisbaar onderdeel van opleiden in de school


Hechte samenwerking tussen lerarenopleidingen en scholen is een aanjager voor het creëren van een onderzoekscultuur op scholen. Dat is de belangrijkste conclusie die Kohnstamm-onderzoekers Wouter Schenke en Irma Heemskerk trekken in een onderzoek naar opleidingsscholen in het voortgezet onderwijs. Docenten en studenten krijgen een kritischer blik op hun eigen onderwijs waardoor ze die met onderbouwde argumenten kunnen verbeteren.

 

“Studenten bevinden zich in een spagaat tussen school en instituut” zei een van de experts in dit onderzoek naar opleidingsscholen. Als student van de lerarenopleiding wil je dat je onderzoek van nut is voor je eigen lespraktijk, maar dat het ook voldoet aan de eisen van de opleiding. Dat zijn twee doelen van onderzoek die niet altijd op één lijn liggen. Afstemming tussen lerarenopleiding en school van deze doelen van studentonderzoek is daarom cruciaal.

 

Versterken onderzoekscultuur

In opleidingsscholen is hechte samenwerking tussen lerarenopleidingen en scholen gemeengoed. De student krijgt daardoor begeleiding in het lesgeven vanuit de opleiding én vanuit de school. De begeleiding strekt zich ook uit op het vlak van onderzoek doen. Dat is zeker het geval in scholen waar een onderzoekscultuur heerst. Scholen merken dat er een onderzoekscultuur ontstaat, zodra er meer aandacht komt voor onderzoek in de school. Zowel studenten als docenten krijgen een kritischer blik en hebben een nieuwsgierige houding naar hun eigen lespraktijk. De deelnemers aan dit onderzoek naar opleidingsscholen zijn het er roerend over eens dat elke docent een onderzoekende houding moet hebben om zichzelf te ontwikkelen als professionele docent.

 

Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van een vragenlijst met stellingen. Deze is ingevuld door 69 betrokkenen bij onderzoek in opleidingsscholen. De vragenlijst is opgesteld in samenspraak met de opdrachtgever: het Steunpunt Opleidingsscholen van de VO-raad. Als voorbereiding op de vragenlijst hebben onderzoekers Wouter Schenke en Irma Heemskerk ook experts geraadpleegd. Deze experts kennen de situatie op de opleidingsscholen van binnenuit, omdat ze een taak hebben als begeleider van docentonderzoek of als schoolopleider.

 

Kennis uit onderzoek verspreiden

Een vraagstuk in de opleidingsscholen is hoe ze kennis uit docentonderzoek en studentonderzoek het beste kunnen verspreiden in school. Het gewenste beeld is dat opbrengsten uit onderzoek worden gedeeld met docenten en schoolleiders, terwijl de feitelijke situatie is dat dit meestal niet het geval is. Alleen begeleiders van docentonderzoek zijn hier positiever over, waarschijnlijk omdat ze weten dat er wél kennis wordt gedeeld door middel van presentaties of stukjes in de nieuwsbrief.

 

Feitelijke en gewenste verspreiding van opbrengsten van studentonderzoek in school

 

 

Randvoorwaarden voor samenwerking

De docenten en schoolleiders hebben ook aangegeven waar ze in de nabije toekomst behoefte aan hebben: ze hebben sterk de behoefte aan het behouden van randvoorwaarden, zoals geoormerkte subsidies en het aanstellen van een coördinator onderzoek. Bij de academische opleidingsscholen verdwijnt eind 2016 de financiering voor onderzoek, een randvoorwaarde voor samenwerking op het terrein van onderzoek. Met name in scholen waar al langere tijd samenwerking is met lerarenopleidingen is dat een aderlating, waar een oplossing voor moet komen. Want ook in de toekomst zullen opleiden en onderzoeken bij elkaar horen als een koppel dat samen sterk staat: “Onderzoek is een vorm van opleiden en zonder opleiden kun je geen onderzoek doen”, vat een van de experts samen.