Veen, A., Daalen, M. van, Heurter, H., Bollen, I. (2015)

Ontwikkeling van IKC / de Peuterschool in Amsterdam. Onderzoek eerste pilotjaar

 

Rapport 943

ISBN 94-6321-003-4

Amsterdam: Kohnstamm Instituut

 

 

Contactpersoon

voor onderzoek van onderwijs, opleiding, opvoeding en jeugdhulp wetenschappelijk, onafhankelijk en betrouwbaar verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Amsterdamse Peuterscholen zijn goed op weg

 

Een jaar was te kort voor het ontwikkelen van een geïntegreerde voorziening met een hoogwaardig pedagogisch en educatief aanbod voor kinderen van tweeënhalf tot vier jaar. Toch is er al veel op gang gekomen, waaronder enkele gemengde groepen van doelgroep- en niet doelgroepkinderen.

 

In het schooljaar 2014-15 gingen in Amsterdam, op initiatief van de gemeente, de pilots Peuterschool van start. Doel van de pilots is om te komen tot een integrale voorziening met een hoogwaardig pedagogisch en educatief aanbod voor kinderen van twee en een half tot vier jaar. Belangrijk hierbij is het realiseren van een doorgaande lijn naar de basisschool. Bij de pilots zijn negen samenwerkingsverbanden van peuterspeelzaal, kinderopvang en basisschool betrokken. Het Kohnstamm Instituut voerde in opdracht van de gemeente Amsterdam een implementatieonderzoek uit. In dit onderzoek werd nagegaan wat de resultaten zijn na een jaar.

 

Doelgroepkinderen en niet doelgroepkinderen samen in de peutergroep

Eén van de doelstellingen van de gemeente bij de pilots is het realiseren van naar etniciteit en sociaal milieu gemengde peutergroepen. Er is veel energie gestoken in de werving van niet doelgroepkinderen in voorzieningen met aanvankelijk overwegend doelgroepkinderen. Omgekeerd zijn allerlei activiteiten ontplooid om doelgroepkinderen geplaatst te krijgen in voorzieningen met overwegend niet-doelgroepkinderen. Dit heeft op sommige locaties geresulteerd in een afspiegeling van de buurt waarin de instelling zich bevindt.

 

Het aanbod

De Peuterschool heeft een belangrijke impuls gegeven aan het versterken van de pedagogisch–didactische lijn. Door de Peuterschool is er binnen de deelnemende voorzieningen een omslag in gang gezet in het denken over opvang en educatie en over het ontwikkelrecht voor kinderen. Die omslag houdt in: geen scheiding tussen kinderen die naar kinderopvang of voorschool gaan; geen scheiding tussen de ouders van deze kinderen; geen scheiding tussen opvang, stimulering van de ontwikkeling van kinderen en zorg; een doorgaande lijn van peuters naar basisschool; een verbinding van spelen en leren. De geïntegreerde voorzieningen bieden vaak meer speelmogelijkheden dan waarover de afzonderlijke locaties beschikten. Ook zijn soms ruimten beter benut en opnieuw ingericht.

 

Expertise op het terrein van onderwijsachterstand behouden

Vooral de daadwerkelijke invulling van het werken op de groep vraagt nog aandacht. Hier moeten de doelen van de Peuterschool vooral verwezenlijkt worden. De pedagogisch medewerkers, afkomstig uit ofwel een voorschool ofwel een kindcentrum, moeten hun werkwijze inhoudelijk aanpassen, zodat de inhoud van het gebruikte VVE-programma wordt geïntegreerd met de wijze van werken in de opvang. Op veel plaatsen moet het curriculum nog verder worden uitgewerkt, waarbij de opgebouwde expertise over ‘onderwijsachterstand’ niet verloren mag gaan. Het cultuursensitieve aanbod op het terrein van opvoedingsondersteuning en ontwikkelingsstimulering voor doelgroepouders is vaak niet geschikt voor hoger opgeleide niet doelgroepouders. Omgekeerd zullen instellingen met aanvankelijk veel niet-doelgroepouders in kaart moeten brengen wat er voor nodig is om doelgroepouders bij de opvoeding van hun kind te ondersteunen.

Een aanbeveling vanuit dit onderzoek is om de kwaliteit van de uitvoering van VVE te (blijven) monitoren, om te garanderen dat het systematisch werken aan de taal- en cognitieve ontwikkeling van doelgroepkinderen ook in geïntegreerde voorzieningen gehandhaafd blijft.