voor onderzoek van onderwijs, opleiding, opvoeding en jeugdhulp wetenschappelijk, onafhankelijk en betrouwbaar verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Kohnstamm Instituut participeert in de Kennisrotonde, loket voor snelle beantwoording van vragen uit de onderwijspraktijk


De Kennisrotonde van NRO heeft als doel de toepassing van bevindingen uit onderwijsonderzoek in de onderwijspraktijk te bevorderen. Onderwijsprofessionals kunnen vragen inbrengen en kennismakelaars van de Kennisrotonde, ervaren onderzoekers, formuleren een antwoord. Zij doen dat op basis van een beknopte analyse van de literatuur en/of raadpleging van deskundigen. Edith van Eck is een van de kennismakelaars. De context van het Kohnstamm Instituut zorgt daarbij voor brede expertise.

 

  • Hoe ontwikkelen zorgleerlingen zich in het reguliere basisonderwijs in taal, lezen, rekenen en sociaal-emotioneel, vergeleken met leerlingen in het speciaal basisonderwijs?

    Zorgleerlingen in het basisonderwijs scoren op rekenen/wiskunde, woordenschat en technisch en begrijpend lezen lager dan leerlingen in het basisonderwijs zonder ondersteuningsbehoefte en hoger dan de leerlingen in het speciaal basisonderwijs (sbo).

    Zorgleerlingen lopen deze achterstand niet in; de geboekte leerwinst tussen negen en twaalf jaar is voor de drie groepen vergelijkbaar. Met twee uitzonderingen: bij technisch lezen ontwikkelen leerlingen in het sbo zich sneller dan de andere twee groepen, bij begrijpend lezen blijft de leerwinst bij zorgleerlingen in het basisonderwijs wat achter.

    De sociaal-emotionele ontwikkeling van zorgleerlingen in het basisonderwijs respectievelijk in het sbo verschilt weinig. Ze scoren vergelijkbaar op welbevinden en op sociaal gedrag. Leerlingen in het sbo scoren echter een fractie hoger op werkhouding en motivatie dan leerlingen in het basisonderwijs. En ze hebben meer cognitief zelfvertrouwen.

     

  • Kan muziek(onderwijs) kinderen met taalontwikkelingsstoornissen helpen hun taalvaardigheid te verbeteren?

    Het trainen van muzikale vaardigheden kan nuttig zijn voor kinderen met taalontwikkelingsstoornissen. Gevoel voor ritme en toonhoogte helpt om de verschillende klanken in de taal te leren onderscheiden, maar ook syntactische structuren en intonatie te leren herkennen. Ook leent muziekonderwijs zich voor veel herhaling van woorden, klankopeenvolgingen (rijm, minimale klankverschillen) en zinstructuren. Rijmpjes en versjes helpen bij de opbouw van het talige geheugen, de woordenschat en de auditieve waarneming. Ten slotte draagt in groepjes samen zingen of muziek maken indirect bij aan de taalontwikkeling omdat het erg motiverend is en het samenwerken stimuleert.

     

  • Hoe kunnen scholen betrokkenheid van ouders versterken en wat vraagt dit van de leerkrachten?

    Educatief partnerschap biedt een goede insteek om de wederzijdse betrokkenheid van school en ouders te versterken. De school is leidend bij de vormgeving van educatief partnerschap. Voldoende ruimte voor inbreng van de ouders is echter een voorwaarde voor succes. Belangrijk is dat scholen en de leraren positief en onbevooroordeeld staan tegenover de betrokkenheid van ouders. Ook is het goed als zij oog hebben voor cultuurverschillen en verschillen tussen ouders. Zij moeten met die verschillende ouders kunnen communiceren en kritisch kunnen kijken naar hun eigen geschiedenis en rol daarvan in het contact.

     

  • Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) en het effect op loopbanen van vo-leerlingen

    De ontwikkeling van een arbeidsidentiteit en van loopbaancompetenties zijn kernelementen van LOB. Dat leer je niet uit een boek. Het vraagt om een krachtige loopbaangerichte leeromgeving die keuzemogelijkheden biedt. En het vereist een begeleiding in dialoog, gericht op reflectie en betekenisgeving van de opgedane (werk)ervaringen. Deze werkwijze is in de praktijk echter nog geen gemeengoed.

     

  • Hoe kunnen scholen voorkomen dat kinderen vooroordelen ontwikkelen op basis van huidskleur, etniciteit of religie?

    Kinderen ontwikkelen al op jonge leeftijd stereotiepe beelden van zichzelf en anderen in relatie tot ras en etniciteit. Op welke manier kan het onderwijs kinderen bijbrengen dat iedereen gelijkwaardig is ongeacht iemands huidskleur? Aanpakken die contact tussen verschillende (etnische) groepen stimuleren, en die empathie en perspectief nemen bevorderen, blijken daarvoor een goede insteek. Dat kan zowel in een projectmatige aanpak als ingebed in het pedagogisch beleid.

     

  • Welk instrument kan de ontwikkeling van motivatie en zelfregulering in kaart brengen in het kader van gepersonaliseerd leren?

    In Nederland werken dertig scholen volgens het onderwijsconcept van Kunskapsskolan-onderwijs uit Zweden. Verondersteld wordt dat deze vorm van gepersonaliseerd onderwijs waarbinnen iedere leerling op een andere manier en in een ander tempo leert,  een positief effect heeft op motivatie en zelfsturing. Er is een aantal instrumenten beschikbaar voor het meten van motivatie en zelfsturing bij leerlingen in het voortgezet onderwijs. De Nederlandstalige versies van deze instrumenten blijken slecht toegankelijk voor de onderwijspraktijk.

     

  • Welke vormen van taakbeleid bestaan er in het vo en wat is het effect op de werkdruk?

    De verdeling van werkzaamheden binnen de school (taakbeleid) is zich van een kwantitatieve aanpak aan het ontwikkelen richting meer kwalitatieve aanpakken. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar omvang van de taken die een docent krijgt toebedeeld, maar ook wordt rekening gehouden met interesse, geschiktheid en persoonlijke omstandigheden van docenten. Verder wordt er regelruimte in het werk en in tijd gecreëerd. Ook krijgen docenten zeggenschap over invulling van het werk (professionele ruimte) en wordt de intensiteit van het werk meegewogen. Zo’n meer kwalitatief taakbeleid kan een gunstig effect hebben op de ervaren werkdruk door docenten.

     

  • Ict-competenties van leerlingen in het praktijkonderwijs

    Digitale geletterdheid is het minimum aan kennis en vaardigheden op ict-gebied dat nodig is om mee te doen in de maatschappij. Iemand is digitaal geletterd als hij of zij de computer kan gebruiken om digitale informatie te verzamelen, creëren en delen. Het onderwijs heeft een belangrijke taak bij de ontwikkeling van digitale geletterdheid bij praktijkschoolleerlingen. Zij kunnen deze competenties minder gemakkelijk zelf aanleren en krijgen van thuis minder begeleiding. Daarnaast is de ontwikkeling van hun mediawijsheid van groot belang.

     

  • Ervaringen met vakspecialisatie in het primair onderwijs

    Zelf als leerkracht taal en rekenen geven aan een eigen groep en daarnaast andere vakken geven aan meer groepen komt in het primair onderwijs weinig voor. Vakspecialisatie kent ook een nadeel: pedagogisch-didactische afstemming op de behoeften van individuele leerlingen is lastig als je leerlingen minder goed kent.